Na jaren in de meststoffen- en potgrondsector te hebben gewerkt, maakt Erwin Weening de overstap naar de planten, als nieuwe algemeen directeur van Griffioen Wassenaar. “De branche is me vertrouwd: overal werk je met dezelfde seizoenspiek”, vertelt hij. Onder Weening zet de vasteplantenkwekerij de koers voort met focus op duurzaamheid en innovatie.
Tekst: Nolanda Klunder
Foto’s: Griffioen Wassenaar
Erwin Weening volgt Stefan Verbunt op als algemeen directeur bij Griffioen Wassenaar. “Ik voelde me hier meteen thuis”, vertelt hij. De functie sluit aan bij zijn jarenlange ervaring in de groenbranche: Weening werkte 26 jaar in verschillende commerciële en managementfuncties bij DCM (De Ceuster Meststoffen) in Nederland en de Verenigde Staten, en twee jaar bij Legro Potgrond. “Ik werkte dus eerst bij de meststoffen die planten laten groeien, daarna bij de potgrond waarin planten groeien, en nu werk ik bij de planten zelf”, zo vat hij het samen.

Vertrouwd
De overstap naar Griffioen Wassenaar is voor Weening dan ook niet heel groot. “Alles is me vertrouwd: overal werk je met dezelfde seizoenspiek, in een jaarplanning waarin de grootste drukte in het voorjaar valt. En de inkopers en inkooporganisaties zijn voor een groot deel dezelfde. Al na een paar weken voelde ik me als een vis in het water hier.” Weening werkte in zijn jaren bij DCM al veel samen met Griffioen. Hij vertelt: “Griffioen Wassenaar werkte veel met de meststoffen van DCM, onder meer voor de rotondes met vaste planten. Ik kende Bert Griffioen en het bedrijf zodoende goed. We deden bijvoorbeeld ook samen de voordrachten bij de gemeentes.”

Van groen naar veelkleurigheid
Griffioen Wassenaar is in de branche vooral bekend van zijn GreentoColour-concept. “Groen in de openbare ruimte was vroeger meestal gras en heesters”, legt Weening uit. “Je zag twintig jaar geleden nauwelijks vaste planten in bijvoorbeeld parken, bermen of rotondes, vanuit de gedachte dat die te duur zouden zijn in het onderhoud. In 2004 introduceerde Griffioen daarom GreentoColour, een concept om het groen van gras en heesters te vervangen door meer kleuren. Het achterliggende idee is dat vaste planten helemaal niet meer onderhoud vergen, als je het maar goed aanpakt. Wij maken een volledig beplantingsplan voor onze opdrachtgevers. De uitvoerende werkzaamheden, zoals het grondwerk, de aanplant en het onderhoud kan een opdrachtgever zelf doen of door een groenaannemer laten uitvoeren. Onze projectleider kijkt dan mee of het gaat zoals afgesproken. De planten komen uit onze eigen kwekerij en zijn in aanplant al groter dan waar andere partijen vaak voor kiezen. Het gevolg is dat het plantvak snel dichtgroeit, zodat onkruid zich moeilijker kan ontwikkelen. Het resultaat: een plantvak vol bloeiende vaste planten waar je weinig onderhoud aan hebt.”

Met inheemse planten
Daarnaast is er nu een tweede, vergelijkbaar concept, maar dan met inheemse planten. “Dat concept heet Living Landscape. De beplanting hiervan bestaat voor zeventig tot negentig procent uit inheemse planten. Gemeentes of projectontwikkelaars kiezen hiervoor omdat ze biodiversiteit willen stimuleren met bestuiversvriendelijke dracht- en waardplanten, of omdat ze in de buitengebieden in de berm of langs de weg willen aansluiten bij de natuurlijke omgeving. De klant heeft nu dus een extra keuzemogelijkheid. Bij een winkelcentrum bijvoorbeeld zijn uitbundige kleuren belangrijker en kiest men eerder voor GreentoColour. Hierbij staan kleur en lange bloei centraal. Bij Living Landscape hebben we minder kleurvariëteit, omdat de keus bij inheemse planten beperkt is. Maar dat wil niet zeggen dat het resultaat minder mooi is. De twee concepten zijn geheel anders maar bieden allebei een prachtig beeld.”
Voorgekweekte matten
Een derde oplossing voor het openbaar groen zijn de Bloomingfields vasteplantenmatten, vertelt Weening. “Deze hebben we ontwikkeld in samenwerking met zaadleverancier Pictorial Meadows uit het Verenigd Koninkrijk. Wij produceren de matten op Nederlandse bodem en zaaien ze daarvoor in met zaad van het Engelse bedrijf. De matten bevatten circa dertig soorten vaste planten en vormen daarmee een zeer diverse en duurzame aanplant. Een groot voordeel van deze voorgekweekte matten is dat ze snel resultaat geven.”

Planten voor tuincentra
De planten voor Living Landscape en GreentoColour komen uit de eigen kwekerij. Toch is slechts een klein deel van de planten uit de vasteplantenkwekerij voor deze concepten. “Een ander deel van onze planten is bestemd voor wat we noemen de Boskoopse handel. Dat zijn handelaren die onze planten kopen en doorverkopen aan bijvoorbeeld hoveniers of gemeentes”, zegt Weening. “En het grootste deel, tachtig procent, van onze planten gaat, onder de naam Hello Garden, naar tuincentra. En dat is echt een geheel andere afzetmarkt, die van ons een andere aanpak vraagt. Tuincentra willen planten die er in het voorjaar goed uitzien. Dat is voor onze concepten voor gemeentes niet nodig, want die worden jaarrond, ook in het najaar, aangelegd. De tafels bij de tuincentra moeten op elk moment vol staan met planten die er allemaal even mooi uitzien, even groot, even schoon. Alle planten worden aan de tuincentra geleverd in vierkante potten van 1,1 liter inclusief een eigen (golf)etiket met verzorgingstips. Alle planten zijn ingedeeld in thema’s met bijbehorend POS-materiaal. De consument kan daardoor eenvoudig zoeken op geur of kleur, of planten die insecten aantrekken.”

Biologisch keurmerk
Waarop zal de komende jaren de focus liggen? Weening: “Onze eerste focus is duurzaamheid. Wij telen onze planten zonder chemische bestrijdingsmiddelen. Telen zonder die middelen is heel goed mogelijk dankzij biologische bestrijdingsmiddelen. Bovendien hebben we 750 soorten vaste planten, dus geen monoculturen. De ene soort is gevoeliger voor spint, de ander voor luis, en met zo veel verschillende planten heb je minder kans op plagen. Daar komt bij dat wij de planten niet opjagen, we telen rustig. Dat maakt de planten sterker en minder vatbaar. We zijn bezig om het Skal-certificaat te halen. Onze volgende stap is volledige biologische teelt, dus ook zonder minerale en chemische meststoffen. Als de toetsing afgerond is, kunnen we dat certificaat voeren.”
Blijven vernieuwen
Een tweede focus ligt op het anders inrichten van de productie, vertelt Weening. “In de hele branche is personeel schaars. Ons werk is logistiek uitdagend, want alles moet in een heel korte periode gebeuren. De tuincentra willen alle planten in de periode februari tot en met mei binnen hebben. Dat geeft veel druk in de organisatie. Kunnen we het seizoen verbreden en de logistiek anders inrichten? We onderzoeken welk deel van het handwerk we kunnen automatiseren en misschien robotiseren. En we maken strategische keuzes: welke markten zijn belangrijk? Ook willen we ons assortiment blijven vernieuwen, zodat we onze klanten blijven verrassen. Elk jaar breiden we uit met dertig nieuwe soorten in ons assortiment, en halen we er dertig andere uit. Overigens ontwikkelen wij die nieuwe planten niet zelf, dat doen onze partners. Wij staan vooraan om interessante vernieuwingen in ons assortiment op te nemen.”

Vaste planten populair
“De toekomst voor ons product is heel gunstig”, zegt Weening. “Een grote factor daarbij is de verstedelijking. Juist in steden is het belangrijk dat er kwalitatief hoogstaand, aantrekkelijk groen is. De stedelijke omgeving is daardoor voor ons een heel grote markt. Mensen stellen steeds hogere eisen aan het groen in hun omgeving. Daardoor worden vaste planten geliefder en belangrijker. Bomen en struiken zijn mooi maar het zijn vooral de bloeiende planten die mensen blij maken. Dat is echt een ontwikkeling geweest de afgelopen twintig jaar. Vroeger vonden mensen gras goed genoeg. Wij laten al jaren zien hoeveel vaste planten doen voor de omgeving.”

