Tien jaar Praktijk Centrum Bomen

vrijdag 2 januari | Actueel

Praktijk Centrum Bomen bestaat tien jaar. Al vrij snel na de oprichting werd het opleidingsinstituut een begrip in de markt. Wat is er in dat decennium allemaal veranderd? Een gesprek over tien jaar opleiden, de toename van zij-instromers en de veranderende rol van boomverzorgers.

Tekst: Nolanda Klunder
Foto’s: Praktijk Centrum Bomen

In 2015 richtten Willem van Delft, Frits Spek, Bart Exterkate en Peter Bongen het Praktijk Centrum Bomen op. “We gaven alle vier trainingen in dit vakgebied en genoten daar erg van. We wilden samen terug naar de basis: trainingen vanuit onze expertises, gericht op de klant. Al snel kwam Mischa Aniba erbij, die de randvoorwaarden van de trainingen voor ons regelt.”

Schoon blad

Van Delft vervolgt: “Met een nieuw bedrijf begonnen we met een schoon blad. En dat heeft allerlei voordelen. Natuurlijk, het is duidelijk wat je bij een motorzaagcursus moet leren. Maar hoe het gehele traject eruit ziet, en hoe iemand zich daardoorheen beweegt, daar geven we vanaf het begin onze eigen vorm aan. We variëren en doen veel maatwerk.” Salesadviseur Mischa Aniba licht toe: “We hebben trainingen waarvoor iedereen zich kan inschrijven en in-companytrainingen. Onze in-companytrainingen zijn altijd maatwerk en zoomen in op de aspecten die bij dit specifieke bedrijf of bij deze gemeente belangrijk zijn.” Van Delft: “Daarin zijn de afgelopen jaren ontwikkelingen geweest. Waar men vroeger een motorzaagcursus voor het personeel wilde, is de vraag tegenwoordig vaak meer toegespitst: ‘Met mijn team wil ik dit of dat doel bereiken’, en dan gaan we in gesprek over hoe dat traject eruit kan zien.”

Partners

“Vanaf het begin hebben we goede partners gezocht”, zegt Van Delft. “Voor onze opleiding tot European Tree Technician (ETT) hadden we meteen een goede klik met Hogeschool Van Hall Larenstein. De minor daar zat vakinhoudelijk heel goed in elkaar maar trok nog niet veel studenten. We zijn in gesprek gegaan en hebben hun minor ‘Bomen en stedelijke omgeving’ integraal onderdeel gemaakt van onze ETT-opleiding. Dat doen we nu voor de tiende keer, met een enorm goede respons: elk jaar zit deze opleiding vol.”

Permanent education

Van Delft: “Je ziet steeds meer dat mensen bezig zijn met permanent education. Mensen blijven actief in het vergaren van kennis, gekoppeld aan hercertificering. Als opleider zorgen we ervoor om regelmatig met nieuwe onderwerpen te komen, die aansluiten bij de behoeftes van de markt. Bijvoorbeeld over omgaan met de eikenprocessierups of de Aziatische hoornaar. Regelmatig organiseren we landelijke kennisdagen, waarbij we mensen in workshops in aanraking brengen met nieuwe onderwerpen. Op basis van de reacties die we krijgen bepalen we welk vervolg we daaraan geven. Zo zijn we gestart met een leertraject over het beheer van heel oude bomen. Bomen in de veteranenfase zijn essentieel voor het ecosysteem en de biodiversiteit en hebben een grote cultuurhistorische waarde. Deze leerlijn, met Europese certificering, slaat ontzettend goed aan.”

Zij-instromers

De afgelopen jaren is de markt dynamischer geworden. “Sinds corona zien we veel omscholers”, zegt Van Delft. “Die zijn heel gemotiveerd en hebben door hun achtergrond elk een andere blik: bijvoorbeeld een advocaat, een neuroloog, een piloot, buschauffeurs, mensen uit de horeca. Ze komen bij ons op training en rollen, vaak via ons netwerk, een bedrijf in.”

Meer dan bomenkennis

De rol van de European Tree Technician is de afgelopen tien jaar verregaand veranderd, vertelt Van Delft. “Voorheen was de ETT-opleiding voornamelijk gericht op bomenkennis, maar daarmee ben je er nu niet meer. Je moet ook een goede adviseur zijn en kunnen presenteren, analyseren, rapporteren, onderzoeken. Al die adviescompetenties zijn misschien net zo belangrijk als de technische kennis. Daarbovenop hebben ETT’ers een andere positie gekregen. Ze worden er al in de initiatiefase van projecten bijgehaald. Daarmee maken ze onderdeel uit van een multidisciplinair team. De ETT’er moet dus kunnen samenwerken met al die disciplines. Dat is echt een andere rol dan voorheen.”

Klimaatverandering

Een van de oorzaken van de veranderende rol van boomverzorgers en -adviseurs is het klimaat. “De klimaatverandering is een enorme katalysator in de vraag naar bomen en boomverzorgers”, zegt Van Delft. “Het wordt inmiddels breed erkend en herkend dat bomen een bijdrage leveren. Maar een boom laten groeien in een stedelijke omgeving, dat is technisch een huzarenstukje. Een stad is meestal geen boomvriendelijke omgeving, je hebt te maken met verharding en hebt problemen met de voorziening van vocht, voeding en lucht. De ruimte is vaak boven- en ondergronds bezet. Er is de afgelopen twintig jaar een enorme ontwikkeling geweest in technische oplossingen als boombunkers en groeiplaatsconstructies. Als boomadviseur en boomverzorger moet je bekend zijn met deze oplossingen. Daarbij moet je de verbinding zoeken met de andere betrokken partijen, dus met de civieltechnisch aannemer, de verantwoordelijke voor de infrastructuur van kabels en leidingen, de beleidsmakers.” Daarbij komt er nog een uitdaging, vertelt hij: “Een gemiddelde straat gaat de komende tien jaar twee tot drie keer open voor werkzaamheden aan warmtenetten, riolering, dataleidingen en dergelijke. Er is gespecialiseerde kennis nodig om deze projecten voor te bereiden en toezicht te houden zodat de bomen niet beschadigd raken. Misschien moeten we de civieltechnisch aannemers gaan opleiden, omdat de capaciteit bij de boomverzorgers te klein is voor al deze projecten. Daarover zijn we in gesprek met partners.”

Communicatie

Niet alleen multidisciplinair kunnen communiceren over technische specificaties, ook communicatie met particulieren is van groot belang, benadrukken Aniba en Van Delft. Van Delft: “Daar is voor organisaties en gemeentes veel winst te halen. Als je niet aan omstanders uitlegt wat je met de boom of in het groen aan het doen bent, gaan ze bellen of mailen met (boze) vragen. Met een paar simpele handvatten kunnen groenmedewerkers en boomverzorgers leren om de burger beter te woord te staan.” Aniba: “Er zijn veel aanbieders voor beter leren communiceren, maar in ons vak gaat het om een bepaald soort communicatie. Onze trainingen sluiten heel nauw aan bij de beroepspraktijk”

Apeldoorn en Frederiksoord

Dit jaar opende Praktijk Centrum Bomen zijn tweede onderwijslocatie. Naast Apeldoorn kunnen cursisten nu ook terecht in het Drentse Frederiksoord. Aniba: “De in-companytrainingen zijn door het hele land, van onder Maastricht tot op de Waddeneilanden, maar de open inschrijvingstrainingen zijn bij ons. Met een tweede locatie zijn we bereikbaarder voor meer mensen. We hebben een heel mooie plek gevonden in De Proef, de oude Tuinbouwschool in Frederiksoord.” Van Delft: “Sommige onderwerpen zijn theoretisch van aard, maar we bieden de onderwerpen zo praktijkgericht mogelijk aan. We maken bij theoretische onderwerpen als contractvorming en projectorganisatie met de deelnemers een vertaalslag: wat betekent dit voor jouw organisatie en project? En als het kan, gaan we naar buiten om de theorie in de praktijk te zien.”

Jubileum

Het jubileumjaar werd op de vorige Groene Sector Vakbeurs afgetrapt met een ballonnenzuil met een grote ‘10’ erop. Aniba: “Het hele jaar door hebben we vervolgens bij verschillende evenementen ons tienjarig bestaan gevierd. We hebben een klantendag georganiseerd en een feestje met onze eigen organisatie. Wij werken met achttien vaste krachten en een flexibele schil van zestig tot tachtig mensen, die trainingen geven vanuit hun eigen expertise.” Wat zijn de plannen voor de komende tien jaar? Van Delft: “We blijven staan waar we voor staan: persoonlijke betrokkenheid en relevantie. Groei was nooit een doel op zich, onze huidige omvang is het resultaat van hoe wij verschil maken voor onze klanten. En als ik dan om me heen kijk, denk ik: wat doen we dat met een ontzettend leuk team.”